Een week voor Pasen hebben we weer een mooie workshop georganiseerd. Er zijn 30 vrouwen op afgekomen, zij hebben van hout, bloemen en andere materialen leuke bloemstukken gemaakt.

Hieronder mijn ervaringen van deze avond.

Vol spanning ontvangen we dertig vrouwen. Wij willen deze vrouwen laten zien dat ze er mogen zijn, dat ze gezien worden en dat ze waardevol zijn. Eén voor één komen ze binnen, we heten ze welkom met het opspelden van een naambadge en een persoonlijke ontvangst, waarmee we vertellen: Ik zie jou.

Een beetje onwennig gaan de vrouwen aan tafel zitten. Voorzichtig keuvelen ze wat met elkaar, afwachtend wat de avond gaat brengen.

We beginnen met een gezellige lekkere maaltijd. Daarna vertel ik het Paasverhaal, vanuit  het gezichtspunt van Maria, de moeder van Jezus, gezien. Dan mogen de vrouwen zelf aan het werk. Ze gaan onder leiding van vrijwilligers een bloemstuk maken. Door de maaltijd is het ijs gebroken en iedereen is druk met elkaar aan het praten en helpt een ander met het in elkaar zetten van een mooi bloemstuk.

Een enkeling is klaar met haar bloemstuk en begint met een tweede. Ik loop ernaartoe en ze vertellen vol trots: die ene is van mij, die ik nu aan het maken ben is voor … En dan hoor ik een naam van een vrijwilliger die nog druk in de keuken bezig is. Oh wat mooi, denk ik, niet alleen de deelnemers worden gezien, maar ook onze vrijwilligers zijn van waarde, ook zij worden gezien.

Stiekem verlang ik ook naar een mooi bloemstuk, dat iemand speciaal voor mij maakt. Ik voel ook de behoefte om gezien te worden. Net als de vrouwen hier aanwezig, wil ik ook merken dat ik van waarde ben.

Dan als we de avond willen afsluiten zegt één van de deelnemers: Kijk, ik heb twee bloemstukken gemaakt, één is er voor jou.

Ik voel me beschaamd en ook verheugd. Ik zie jou, jij ziet mij.